ECLI:NL:RVS:2022:1635
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 april 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 mei 2022 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat gezien de aangevoerde omstandigheden en eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457) het noodzakelijk was om een voorlopige voorziening te treffen. Dit houdt in dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €759,00, welke volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.J.M. Baldinger in aanwezigheid van griffier S.P.M. Zwinkels op 8 juni 2022. Hiermee wordt de vreemdeling tijdelijk beschermd tegen uitzetting gedurende de procedure van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.