ECLI:NL:RVS:2022:1621
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kostenverhaal bestuursdwang bij hennepkwekerij in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 18 juli 2018 spoedeisende bestuursdwang toegepast om een hennepkwekerij in een woning te ontmantelen en de kosten van €1.345,50 voor rekening van de huurder, appellante, gesteld. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij geen verwijt treft omdat een ander de hennepkwekerij heeft aangelegd en zij niet op de hoogte was van de activiteiten, mede vanwege haar persoonlijke omstandigheden zoals beschermingsbewind en een vermoedelijke licht verstandelijke beperking. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat bestuursdwang en kostenverhaal in principe samen gaan, en dat alleen bij bijzondere omstandigheden kan worden afgezien van kostenverhaal.
De Afdeling oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet kon weten van de hennepkwekerij. De kwekerij was sinds eind maart 2018 actief, terwijl appellante pas in mei 2018 vertrok naar Curaçao. Haar afwezigheid en persoonlijke omstandigheden rechtvaardigen volgens de Afdeling geen uitzondering op het kostenverhaal. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.