ECLI:NL:RVS:2022:1604
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs na rijvaardigheidsonderzoek en te late betaling
Appellante werd op 15 januari 2020 staande gehouden wegens gevaarlijk rijgedrag, waaronder rijden met 50 km/u op een snelweg waar 100 km/u was toegestaan, niet opvolgen van volgtekens en verkeerd gebruik van richtingaanwijzers. Het CBR legde haar daarop een rijvaardigheidsonderzoek op en verklaarde haar rijbewijs ongeldig vanwege te late betaling van dit onderzoek.
De rechtbank verklaarde eerder de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het CBR mocht uitgaan van de politieverklaringen en dat het niet tijdig betalen van het onderzoek de ongeldigverklaring rechtvaardigde. Appellante voerde hoger beroep aan tegen het niet horen van getuigen en de juistheid van de politieverklaringen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het niet horen van getuigen geen schending van het EVRM opleverde, omdat appellante voldoende gelegenheid had gehad om verklaringen in te brengen. De politieverklaringen werden als betrouwbaar beschouwd, mede omdat een van de getuigen niet aanwezig was bij de staandehouding en de andere verklaring onvoldoende afweek van het proces-verbaal.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het betoog dat de politie excuses had aangeboden werden verworpen. De Afdeling bevestigde dat het CBR verplicht was het rijvaardigheidsonderzoek op te leggen en het rijbewijs ongeldig te verklaren vanwege de te late betaling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.