ECLI:NL:RVS:2022:1552
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer wegens onjuiste artikel 130-mededeling
Op 17 december 2019 werd appellant staande gehouden wegens diverse verkeersovertredingen. De korpschef deed een artikel 130-mededeling aan het CBR, waarop het CBR op 6 januari 2020 een Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer (EMG) oplegde. Appellant maakte bezwaar, dat door het CBR en later door de rechtbank Gelderland werd afgewezen.
In een mutatierapport van 29 februari 2020 gaf de politie aan dat zij de situatie verkeerd had ingeschat en verzocht om seponering van de artikel 130-mededeling. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat met deze intrekking de basis voor het CBR-besluit vervalt en dat het CBR ten onrechte een EMG heeft opgelegd.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het besluit van het CBR van 3 juni 2020 vernietigd en het besluit van 6 januari 2020 herroepen. Tevens wordt het CBR veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
De Afdeling wijst verder het betoog van appellant over het doel van de EMG en zijn persoonlijke omstandigheden af, omdat de intrekking van de artikel 130-mededeling doorslaggevend is.
De zaak betreft de toepassing van artikel 130 en Pro 131 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 14 van Pro de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van een Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer aan appellant wordt vernietigd en herroepen wegens intrekking van de artikel 130-mededeling.