ECLI:NL:RVS:2022:1514
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling op 19 januari 2022 in bewaring. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze maatregel en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag. Op 1 februari 2022 oordeelde de rechtbank dat de bewaring onrechtmatig was, beval de opheffing van de maatregel en kende schadevergoeding toe aan de vreemdeling.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leidt, mede omdat de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord in vergelijkbare zaken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke verband houden met de behandeling van het hoger beroep. De Afdeling benadrukt dat het hogerberoepschrift geen nieuwe relevante rechtsvragen bevat die een andere beoordeling rechtvaardigen.
Hiermee blijft de beslissing van de rechtbank in stand dat de bewaring onrechtmatig was en dat de vreemdeling recht heeft op schadevergoeding. De staatssecretaris draagt tevens de kosten van de procedure bij de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.