ECLI:NL:RVS:2022:1478
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. Daalder
- B.P.M. van Ravels
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens trillinghinder na Tracébesluit Omlegging Zuid-Willemsvaart
Appellanten, eigenaren van woningen in Rosmalen, verzochten de minister van Infrastructuur en Waterstaat om schadevergoeding wegens waardevermindering van hun woningen door trillinghinder veroorzaakt door de herinrichting van de spoorverbinding in het kader van het Tracébesluit Omlegging Zuid-Willemsvaart.
De minister wees deze verzoeken af op basis van de Beleidsregel Nadeelcompensatie Infrastructuur en Milieu 2014 en adviezen van een commissie, stellende dat geen sprake was van een planologische verslechtering omdat de trillinghinder zich ook onder het oude planologische regime had kunnen voordoen. Appellanten voerden aan dat de minister onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd had gehandeld en dat de hoorplicht was geschonden.
De Raad van State oordeelde dat de minister terecht was uitgegaan van de mogelijkheid dat de spoorbaanverhoging ook onder het oude regime had kunnen plaatsvinden, waardoor het vereiste oorzakelijke verband tussen het Tracébesluit en de schade ontbrak. Tevens was het afzien van een hoorzitting geoorloofd omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond dat de bezwaren niet tot een ander besluit zouden leiden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van schadevergoeding wegens trillinghinder wordt ongegrond verklaard.