ECLI:NL:RVS:2022:1453
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 februari 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond op 25 maart 2022. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
Tijdens de procedure informeerde de staatssecretaris dat de vreemdeling met onbekende bestemming Nederland had verlaten. De gemachtigde van de vreemdeling gaf geen aanwijzingen dat er nog contact was met de vreemdeling, waaruit de Afdeling concludeerde dat de vreemdeling geen bescherming meer zoekt in Nederland en dus geen belang heeft bij de behandeling van het hoger beroep.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij op 20 mei 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.