ECLI:NL:RVS:2022:144
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verlenging inburgeringstermijn wegens onvoldoende medische gronden
Appellante verzocht om verlenging van haar inburgeringstermijn vanwege rugklachten en psychische klachten zoals depressiviteit en angsten. De minister wees dit verzoek af op basis van medische adviezen van Argonaut, die geen aanleiding zagen voor verlenging. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde de ministeriële besluiten.
Appellante voerde aan dat de beleidsregel over verlenging bij ziekte psychische aandoeningen onvoldoende erkent en dat haar klachten het studeren belemmerden, waardoor de beleidsregel in strijd zou zijn met het discriminatieverbod. Tevens stelde zij dat de medische adviezen niet deugdelijk waren en dat een onafhankelijke deskundige benoemd had moeten worden.
De Afdeling overwoog dat psychische aandoeningen wel degelijk onder de beleidsregel vallen en dat de minister voldoende maatwerk toepast. De medische adviezen waren zorgvuldig tot stand gekomen en er waren geen concrete aanknopingspunten om aan hun deugdelijkheid te twijfelen. Het verzoek om prejudiciële vragen werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verlenging van de inburgeringstermijn bevestigd.