ECLI:NL:RVS:2020:2189
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete en terugbetalingsplicht wegens niet tijdig voldoen aan inburgeringsplicht ondanks medische omstandigheden
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een boete op van €1.250 wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht, met terugbetalingsplicht van de lening voor de inburgeringscursus. De inburgeringstermijn was ambtshalve verlengd tot 3 april 2017, maar appellant voldeed niet aan de plicht binnen deze termijn. De boete werd later gematigd tot €500 omdat appellant 451 lesuren had gevolgd.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte ambtshalve verwees naar het beleidsregel inzake verlenging van inburgeringstermijnen bij geen verwijt, waardoor zij niet adequaat kon reageren en het verdedigingsbeginsel werd geschonden. De Afdeling oordeelde dat het beleid deel uitmaakte van het geschil en dat de rechtbank niet buiten de grenzen van het geschil trad.
Verder voerde appellant aan dat haar medische situatie en persoonlijke omstandigheden, waaronder de zorg voor drie minderjarige kinderen en verblijf in een AZC, onvoldoende werden meegewogen. Medische adviezen van DUO en Argonaut concludeerden echter dat er geen medische reden was voor verlenging van de termijn, omdat appellant niet gedurende ten minste drie aaneengesloten maanden niet in staat was onderwijs te volgen. Het medisch advies van Van Son gaf geen concrete periode aan waarin onderwijs onmogelijk was.
De Afdeling bevestigde dat de minister bij het opleggen van de boete een discretionaire bevoegdheid heeft die moet worden afgestemd op ernst en verwijtbaarheid. De rechtbank heeft het besluit van de minister zonder terughoudendheid getoetst en alle omstandigheden meegewogen. De boete is evenredig en de terugbetalingsplicht blijft gehandhaafd. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €500 en de terugbetalingsplicht wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht ondanks medische klachten.