ECLI:NL:RVS:2022:1428
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag na zedendelict met afhankelijkheidsrelatie
Appellant verzocht om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor vrijwilligerswerk bij de Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen. De minister voor Rechtsbescherming wees de aanvraag af op grond van een eerdere veroordeling in 2014 wegens ontucht met een wilsonbekwame, waarbij een taakstraf en gevangenisstraf werden opgelegd. De minister paste het verscherpte toetsingskader toe dat geldt bij zedendelicten binnen functies met een gezags- of afhankelijkheidsrelatie.
Appellant voerde aan dat het strafbare feit lang geleden was gepleegd en dat zijn werkzaamheden geen risico voor de samenleving vormden, mede omdat hij geen recidivegevaar zag en dankbetuigingen van ANBO-leden overlegde. De Raad van State oordeelde echter dat de werkzaamheden plaatsvinden in een persoonlijke leefomgeving met tijdelijke afhankelijkheid van ouderen, waardoor het verscherpte toetsingskader terecht werd toegepast.
De minister had niet alleen de tijd sinds de veroordeling meegewogen, maar ook de ernst en duur van het delict, gepleegd in de uitoefening van een functie waarbij appellant zorg droeg voor een licht verstandelijk beperkte vrouw. De strafrechter had een gevangenisstraf opgelegd met bijzondere voorwaarden, wat de ernst onderstreept. De Raad van State vond dat de weigering van de VOG niet evident disproportioneel was en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG omdat de weigering niet evident disproportioneel is binnen het verscherpte toetsingskader voor zedendelicten met afhankelijkheidsrelatie.