ECLI:NL:RVS:2022:1353
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over intrekking toevoeging in echtscheidingszaak
Bij besluit van 28 januari 2015 verleende de raad voor rechtsbijstand een toevoeging aan een partij voor rechtsbijstand in een echtscheidingsprocedure. Na de echtscheiding op 25 oktober 2017 ontstond discussie over het behaalde financiële resultaat, mede door de overname van de echtelijke woning door de partij tegen betaling aan de ex-partner.
De raad trok bij besluit van 4 maart 2019 de toevoeging in vanwege het overschrijden van de grens voor gesubsidieerde rechtsbijstand. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het besluit van de raad vernietigde, stelde de raad hoger beroep in. De kern van het geschil betrof de vraag of het bedrag dat de partij aan haar ex-partner betaalde voor de overname van de woning moest worden betrokken bij de resultaatbeoordeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bedrag dat de partij betaalde om de ex-partner uit te kopen terecht als schuld mag worden verrekend met het resultaat van de rechtsbijstand, en dat de woning zelf buiten de resultaatbeoordeling moet blijven. Hiermee werd het hoger beroep van de raad gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de raad wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.