ECLI:NL:RVS:2022:1173
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep intrekking verblijfsvergunning en terugwijzing zaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 15 juli 2020 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en de aanvraag tot verlenging afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de vreemdeling geen belang meer zou hebben bij de inhoudelijke beoordeling, gelet op zijn vertrek met onbekende bestemming en het niet verschijnen op de zitting.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat hij nog wel belang had bij een inhoudelijke beoordeling, onderbouwd met contact via WhatsApp met zijn gemachtigde en het doorgeven van zijn verblijfplaats. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat het belang ontbrak, mede vanwege het fundamentele recht op toegang tot de rechter. De niet-ontvankelijkverklaring werd daarom vernietigd.
De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling, waarbij het oordeel van de Afdeling in acht moet worden genomen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, zijnde € 759,00, gerelateerd aan de rechtsbijstand in hoger beroep.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.