ECLI:NL:RVS:2022:1171
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling heeft bij besluit van 16 juli 2020 een aanvraag ingediend voor afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag af, waarna de vreemdeling bezwaar maakte dat eveneens ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die relevant zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling en verwees naar eerdere jurisprudentie over daadwerkelijke afhankelijkheidsverhouding in het kader van het EU-recht.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan en verklaart het hoger beroep ongegrond.