ECLI:NL:RVS:2022:1141
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor beroep asielaanvraag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de raad voor rechtsbijstand een aanvraag van appellante om een nieuwe toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen. De aanvraag betrof een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op haar asielaanvraag.
Eerder waren al twee toevoegingen verleend voor procedures tegen het niet tijdig beslissen en tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond, omdat het rechtsbelang van de nieuwe aanvraag gelijk was aan dat van de eerdere toevoegingen en de procedure bij dezelfde instantie plaatsvond.
Appellante voerde aan dat een nieuwe toevoeging noodzakelijk was omdat de eerdere procedures waren afgerond en de declaraties waren ingediend. Dit betoog werd verworpen omdat het doel en beoogd eindresultaat van de rechtsbijstand in beide procedures gelijk waren, en de toevoeging slechts voor één rechtsbelang per instantie geldt.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat appellante onvoldoende concreet had gemaakt welke vergelijkbare gevallen zij bedoelde. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor een toevoeging rechtsbijstand wordt bevestigd.