ECLI:NL:RVS:2022:1081
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor herbestemming kantoorpanden tot appartementen
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning om twee kantoorpanden in Nieuwegein te herbestemmen en transformeren tot 48 appartementen. Het college van burgemeester en wethouders heeft deze vergunning geweigerd op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet Bibob.
De rechtbank oordeelde dat het college met het besluit van 10 januari 2020 de aanvraag in zijn geheel heeft geweigerd, ook al werd niet expliciet vermeld dat de weigering betrekking had op het gebruik in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar vanwege een motiveringsgebrek en bepaalde zelf dat de vergunning voor het gebruik in strijd met het bestemmingsplan moest worden geweigerd vanwege de onlosmakelijke samenhang met de bouwactiviteit.
In hoger beroep betoogde appellante dat het college expliciet had moeten beslissen over het gebruik en dat de activiteiten niet onlosmakelijk samenhangen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp dit en bevestigde dat het college terecht de vergunning heeft geweigerd voor beide activiteiten, mede omdat appellante geen afzonderlijke aanvraag had ingediend voor het gebruik. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor zowel bouwen als gebruiken in strijd met het bestemmingsplan.