ECLI:NL:RVS:2022:1057
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen illegale overkapping op agrarisch perceel in Oldebroek
Het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek legde aan appellant een last onder dwangsom op om het gebruik van een perceel ten behoeve van een schuilhut te staken, omdat zonder vergunning en in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied 2007" een overkapping en een klein gebouw waren gebouwd. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant gedeeltelijk gegrond, maar bevestigde het handhavingsbesluit voor zover het de overkapping betrof.
Appellant stelde in hoger beroep dat er sprake was van concreet zicht op legalisatie vanwege een ingediende omgevingsvergunning en dat het college het gelijkheidsbeginsel schond door niet tegen vergelijkbare bouwwerken op andere percelen op te treden. De Raad van State oordeelde dat het college terecht geen zicht op legalisatie had, omdat de vergunningaanvraag was voorgewend geweigerd en de overkapping niet was toegestaan binnen de bestemming "Agrarisch met waarden".
Verder was er geen sprake van gelijke gevallen, omdat de andere bouwwerken anders gesitueerd waren. De Raad bevestigde dat de last onder dwangsom niet inhield dat de schuilhut verwijderd moest worden en dat er geen sprake was van verjaring van de dwangsom. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; handhavingsbesluit tegen illegale overkapping bevestigd.