ECLI:NL:RVS:2022:1045
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste ingangsdatum intrekking verblijfsvergunning wegens arbeidsongeschiktheid
De vreemdeling, met een verblijfsvergunning op grond van Besluit nr. 1/80, werd geconfronteerd met intrekking van zijn vergunning wegens volledige arbeidsongeschiktheid. De staatssecretaris trok de vergunning met terugwerkende kracht in per 12 november 2018, terwijl het besluit pas op 24 februari 2020 werd genomen.
De vreemdeling betwistte de terugwerkende kracht van de intrekking, stellende dat de intrekking niet mag terugwerken tot de datum waarop het verblijfsrecht is vervallen, tenzij sprake is van fraude. De rechtbank wees het beroep af, maar de Raad van State oordeelde anders.
De Raad van State verwijst naar eerdere jurisprudentie en stelt dat de intrekking niet met terugwerkende kracht mag plaatsvinden indien de vreemdeling geen fraude heeft gepleegd en het verblijfsrecht is geëindigd na een periode van legale arbeid van meer dan een jaar. De intrekking moet dan ingaan op de datum van het bestuursbesluit.
Daarom vernietigt de Afdeling bestuursrechtspraak het eerdere besluit en stelt zij de intrekkingsdatum vast op 24 februari 2020. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning wordt vastgesteld per 24 februari 2020 en niet met terugwerkende kracht.