ECLI:NL:RVS:2021:984
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- N. Verheij
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over toepassing chain rule in Dublinverordening bij onderduiken en nieuw asielverzoek in derde lidstaat
De vreemdeling uit Gambia vroeg in Nederland internationale bescherming aan, nadat hij eerder in Italië een verzoek had ingediend. Nederland verzocht Italië om terugname, dat verzoek werd geacht aanvaard te zijn na het uitblijven van reactie. De vreemdeling dook onder en vroeg vervolgens asiel aan in Duitsland, een derde lidstaat. Nederland stelde hem in bewaring met het oog op overdracht aan Italië, maar de rechtbank oordeelde dat de overdrachtstermijn was verstreken en de bewaring onrechtmatig was.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de overdrachtstermijn opnieuw was gaan lopen door het nieuwe verzoek in Duitsland, volgens de zogenaamde 'chain rule'. Deze regel is ontwikkeld door het Dublin Contact Committee maar heeft geen juridische status. De Afdeling bestuursrechtspraak analyseerde twee scenario's: één waarin de overdrachtstermijn alleen tussen de eerste twee lidstaten geldt, en één waarin de 'chain rule' wordt toegepast.
De Afdeling constateerde dat de huidige Dublinverordening geen ruimte lijkt te bieden voor de 'chain rule', maar erkent de praktische toepassing ervan en de problemen die ontstaan door onderduiken en forumshopping. Daarom legt de Afdeling de prejudiciële vraag voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 29, eerste en tweede lid, van de Dublinverordening in deze context.
De behandeling van het hoger beroep is geschorst totdat het Hof uitspraak doet. De Afdeling benadrukt de noodzaak van een eenduidige uitleg om de doelstellingen van het Dublinstelsel te waarborgen en forumshopping tegen te gaan.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep is geschorst in afwachting van de prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 29 Dublinverordening.