ECLI:NL:RVS:2021:965
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen gemeente Hillegom inzake dijkwerkzaamheden
Appellant heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland verzocht handhavend op te treden tegen de gemeente Hillegom vanwege werkzaamheden aan de dijk nabij haar woning. Het college wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit in bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de gemeente de dijk had hersteld conform een last onder dwangsom die door het college was opgelegd. De werkzaamheden voldeden aan het oorspronkelijke profiel en versterkten de dijk. Er was geen sprake van andere werkzaamheden dan die in de last waren voorgeschreven, en er was geen overtreding waartegen handhavend opgetreden kon worden.
Appellant stelde dat geologische en hydraulische onderzoeken ontbraken en dat incidenten met drijfzand en eerdere calamiteiten aanleiding waren voor nader onderzoek. De Afdeling volgde dit niet omdat het incident zich in een ander dijkvak had voorgedaan dan waar de last op zag, en appellant geen deskundig bewijs had geleverd dat de dijk was verzwakt.
De Afdeling concludeerde dat het college terecht het handhavingsverzoek had afgewezen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek wordt bevestigd.