ECLI:NL:RVS:2021:899
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- R.J.J.M. Pans
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen schadevergoeding wegens waardevermindering en hinder door tracébesluiten A1-verbreding
Appellant is sinds 1977 eigenaar van een woning nabij de A1 en vorderde schadevergoeding wegens waardevermindering en aantasting van het woongenot door het Tracébesluit 2011 en het Tracébesluit 2014. De minister kende aanvankelijk een vergoeding toe, maar herroept dit besluit later wegens schijn van partijdigheid bij de taxateur. Een nieuwe deskundige taxeerde opnieuw de schade.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste de zorgvuldigheid van de taxaties en het advies van de deskundigen. Appellant voerde diverse beroepsgronden aan, waaronder onjuiste peildatum en onjuiste schadeperiode, waarvan enkele werden ingetrokken of niet ontvankelijk werden verklaard. De Afdeling oordeelde dat de minister de taxatie van de eerste deskundige redelijkerwijs aan het besluit mocht ten grondslag leggen en dat het beroep ongegrond is.
Daarnaast werd het verzoek om vergoeding van proceskosten afgewezen omdat appellant geen beroepsmatige rechtsbijstand had ingeschakeld. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees de proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit van de minister tot schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.