ECLI:NL:RVS:2021:837
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
CBR schorst rijbewijs na herhaalde aanrijdingen ondanks bezwaar appellant
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant een onderzoek naar zijn rijvaardigheid op en schorste zijn rijbewijs vanwege herhaalde aanrijdingen in 2019. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat hij niet correct gehoord was en dat hij niet de veroorzaker was van de aanrijdingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het CBR in strijd met artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) handelde door appellant niet mondeling te horen, aangezien hij niet instemde met een telefonische hoorzitting. Dit gebrek werd echter gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro, omdat appellant zijn standpunten in beroep kon toelichten en niet benadeeld was.
De Raad bevestigde dat uit de politiegegevens blijkt dat appellant meerdere aanrijdingen heeft veroorzaakt, ook al betwistte hij dit. De schorsing van het rijbewijs en het opgelegde onderzoek waren daarom terecht. Wel vernietigde de Raad het vonnis voor zover de rechtbank naliet het CBR te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van appellant en legde het CBR deze kosten op, inclusief het griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van correcte procedurele behandeling bij bezwaar en beroep, maar benadrukt ook dat de inhoudelijke feiten en veiligheid op de weg zwaarder wegen bij het opleggen van rijbeperkingen.
Uitkomst: Het rijbewijs van appellant blijft geschorst, maar het CBR moet zijn proceskosten en griffierecht vergoeden.