ECLI:NL:RVS:2021:813
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende psychisch onderzoek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 september 2019 de aanvraag van een Iraanse vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af en legde een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze beslissing ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had verricht naar zijn psychische gesteldheid ten tijde van het vermeende misdrijf, een verkrachting in 2014, en dat het standpunt over het ontbreken van een beletsel voor uitzetting ondeugdelijk was gemotiveerd.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris zijn standpunt deugdelijk had gemotiveerd. De medische diagnose van borderline-persoonlijkheidsstoornis uit een verklaring van een militaire commissie was niet voldoende onderzocht. Ook had de staatssecretaris geen rekening gehouden met de psychische toestand van de vreemdeling en diens verklaringen over zelfmoordpogingen en gebruik van verdovende middelen. Daarnaast was de motivering omtrent het risico van toepassing van de doodstraf bij terugkeer naar Iran onvoldoende.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de staatssecretaris vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod is vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en ondeugdelijke motivering.