ECLI:NL:RVS:2021:703
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel ondanks risico terugkeer Libanon
De vreemdeling had bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 28 mei 2019 werd afgewezen. Tevens werd hem Nederland onmiddellijk te verlaten opgedragen en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de toetsing aan artikel 3 EVRM Pro betrof, waarna de staatssecretaris een nieuw besluit nam.
In het nieuwe besluit van 5 juli 2020 werd de aanvraag opnieuw afgewezen. De staatssecretaris erkende dat de vreemdeling bij terugkeer naar Libanon een reëel risico loopt op een behandeling door extremistische groeperingen in strijd met artikel 3 EVRM Pro, maar verleende geen verblijfsvergunning vanwege de toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag en het ontbreken van het duurzaamheidsvereiste.
De vreemdeling voerde aan dat de staatssecretaris een nieuw voornemen had moeten uitbrengen en hem de gelegenheid had moeten geven tot het indienen van een zienswijze, en dat onduidelijk was welke beleidsregels waren toegepast. De Afdeling verwierp deze bezwaren, oordeelde dat het eerdere besluit reeds de toepassing van artikel 1(F) bevatte en dat het duurzaamheidsvereiste een feitelijke vaststelling betrof die niet gewijzigd was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.