ECLI:NL:RVS:2021:666
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete wegens onttrekking woonruimten aan bewoning
Het college van burgemeester en wethouders legde aan appellant een bestuurlijke boete op van €118.800 wegens onttrekking van elf woonruimten aan de bestemming tot bewoning. Dit volgde uit een onderzoek naar toeristische verhuur van het pand, waarbij toezichthouders meerdere malen toeristen aantroffen in de wooneenheden. De rechtbank bevestigde de boete, stellende dat de panden geregistreerd stonden als woonfunctie en daarmee tot de woonruimtevoorraad behoorden.
Appellant voerde aan dat de panden nooit bestemd waren voor permanente bewoning, maar voor tijdelijke verhuur als verblijfsinrichting, ondersteund door vergunningen en het ontbreken van bewijslast dat sprake was van permanente bewoning. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de registratie in de BAG en BRP niet doorslaggevend is en dat het college niet buiten redelijke twijfel heeft aangetoond dat de panden bestemd waren voor permanente bewoning.
Hierdoor is de boete ten onrechte opgelegd en vernietigt de Afdeling het besluit. De boete hoeft niet betaald te worden en reeds betaalde bedragen dienen te worden terugbetaald. Tevens veroordeelt de Afdeling het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wegens onttrekking van woonruimten aan bewoning wordt vernietigd en appellant hoeft geen boete te betalen.