ECLI:NL:RVS:2021:555
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugwerkende kracht vervallen tenaamstelling auto
Appellant verzocht de RDW om de tenaamstelling van twee auto's, waaronder één met een specifiek kenteken, met terugwerkende kracht vanaf januari 2018 te laten vervallen. Hij stelde dat een kennis hem had gevraagd de auto's tijdelijk op zijn naam te zetten, terwijl hij zelf geen rijbewijs heeft en de auto's niet gebruikt. De RDW wees dit verzoek af omdat de tenaamstelling van appellant van rechtswege was vervallen op de datum van een latere tenaamstelling.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de RDW en later door de rechtbank ongegrond werd verklaard. Hij stelde in hoger beroep dat hij slachtoffer was van misbruik door een derde en dat het rigide systeem geen recht doet aan zijn situatie. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat terugwerkende kracht slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden toegekend, bijvoorbeeld bij identiteitsfraude.
De Afdeling oordeelde dat appellant bewust en welwillend heeft meegewerkt aan de tenaamstelling en dat de financiële nadelen voor zijn rekening komen. Het verzoek om terugwerkende kracht werd daarom afgewezen. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot terugwerkende kracht van de tenaamstelling bevestigd.