ECLI:NL:RVS:2021:54
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake afwijzing informatieverzoek op grond van Wet openbaarheid van bestuur en Wet Waardering Onroerende Zaken
Appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet Woz) om informatie over rioolheffingen en bezwaar- en beroepsprocedures met betrekking tot bergingen in bedrijfsverzamelgebouwen. De heffingsambtenaar wees het verzoek af vanwege de geheimhoudingsplicht op grond van artikel 67 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr). Het bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het besluit op bezwaar, omdat het ging om gemeentelijke belastingen en de geheimhoudingsplicht van artikel 67 Awr Pro van toepassing is. Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte onbevoegd was en dat het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het besluit op bezwaar wel een voor beroep vatbaar besluit is en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Vervolgens beoordeelde de Afdeling het beroep inhoudelijk en verklaarde dit ongegrond. De geheimhoudingsplicht van artikel 67 Awr Pro geldt ook voor gemeentelijke belastingen en prevaleert boven de Wob. Er was geen sprake van een uitzondering op deze plicht. De Afdeling veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat appellant het betaalde griffierecht terugkrijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit op bezwaar wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het informatieverzoek bevestigd.