ECLI:NL:RVS:2021:2951
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 22 november 2021 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 9 december 2021 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep betrof een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord in een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:RVS:2021:2870). Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van A.W.M. Bijloos op 23 december 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.