ECLI:NL:RVS:2021:2914
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- P.H.A. Knol
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing exploitatievergunning passagiersvaart wegens niet-tijdige aanvraag
Starboard Boats heeft op 14 september 2018 aanvragen ingediend voor exploitatievergunningen voor passagiersvaart met de bedrijfsvaartuigen Full House en Starboard. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvragen af op 5 februari 2019 omdat ze niet binnen de in de Regeling uitgifteronde 2022 voorgeschreven aanvraagperiode van 1 tot 31 maart 2020 waren ingediend.
Starboard Boats stelde dat de vergunningstop van 13 juni 2017 niet van toepassing was en dat de aanvragen getoetst moesten worden aan het destijds geldende recht, waaronder de Verordening op het binnenwater 2010. Ook betoogde zij dat de lex silencio positivo van toepassing zou moeten zijn, waardoor de vergunning bij niet-tijdig beslissen van rechtswege zou zijn verleend. De Afdeling verwierp deze argumenten en oordeelde dat het college de Regeling 2022 terecht toepaste en dat de vergunningstop niet onredelijk was ten tijde van de aanvragen.
Verder stelde Starboard Boats dat het college bewust de beslistermijn had laten verlopen om de nieuwe regeling toe te passen, wat niet werd gevolgd. De Afdeling verklaarde zich ook onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de legesaanslag, omdat dit onder de belastingkamer van het gerechtshof valt.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 december 2020 en wees het hoger beroep van Starboard Boats ongegrond voor zover het gericht was tegen het besluit van 5 juli 2019. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van Starboard Boats wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de exploitatievergunningen bevestigd.