ECLI:NL:RVS:2021:2900
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tegemoetkoming planschade door bestemmingsplan Kralingen-West
Appellant, eigenaar van onroerende zaken in Rotterdam, verzocht het college om tegemoetkoming in planschade veroorzaakt door het bestemmingsplan Kralingen-West, waarin nabijgelegen adressen de functieaanduiding 'maatschappelijk' kregen. Het college wees dit verzoek af, gesteund op adviezen van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) die concludeerden dat appellant niet in een planologisch nadeligere situatie was gekomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de onafhankelijkheid van de adviseur van SAOZ niet was aangetast en dat de verlaging van de WOZ-waarde niet het gevolg was van het bestemmingsplan. Appellant stelde in hoger beroep dat de onafhankelijkheid van de adviseur niet gewaarborgd was en dat de planvergelijking onjuist was, onder meer vanwege overlast van een nabijgelegen kinderdagverblijf.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderschreef het oordeel van de rechtbank. De vermeende onpartijdigheidsschending werd niet aannemelijk geacht en de planvergelijking werd als juist beoordeeld, mede bevestigd door ambtshalve wijzigingen van een eerder bestemmingsplan. Daarnaast werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen omdat de procedure binnen vier jaar was afgerond.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd, waarbij het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is afgewezen.