ECLI:NL:RVS:2021:2891
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.M.L. Niederer
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit last onder bestuursdwang wegens onvoldoende motivering bouwconstructie
Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen legde op 1 december 2017 een last onder bestuursdwang op vanwege een vermeende onveilige situatie in een pand, in strijd met artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet en artikel 2.6 van het Bouwbesluit 2012. Het bezwaar tegen deze last werd op 3 augustus 2018 ongegrond verklaard. Appellanten stelden dat het college niet bevoegd was de last op te leggen omdat niet was vastgesteld dat sprake was van een overtreding van het Bouwbesluit.
De Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat het college het gebrek in de motivering moest herstellen. Het college kwam met een nadere motivering, onderbouwd met een controleberekening van een constructeur, waaruit bleek dat een deel van de constructie (het penant in de oostgevel) niet voldeed aan de normen en een reëel gevaar tot bezwijken bestond. Appellanten voerden aan dat het college onvolledig had gemotiveerd en niet de juiste bepalingsmethode had toegepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college terecht alleen het maatgevende penant had betrokken en dat de nadere motivering voldoende was. De proportionaliteit van de opgelegde maatregelen werd eveneens beoordeeld en als redelijk geoordeeld. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van 3 augustus 2018 vernietigd voor zover de last onder bestuursdwang in stand bleef, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven gehandhaafd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 3 augustus 2018 wordt vernietigd voor zover de last onder bestuursdwang in stand blijft, maar de rechtsgevolgen blijven gehandhaafd.