ECLI:NL:RVS:2021:2811
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen
Bij besluiten van 31 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdelingen, mede voor hun minderjarige kinderen, hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 november 2021 ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming rechtvaardigen en dat eerdere uitspraken over vergelijkbare situaties, zoals de Dublinclaimanten in Italië, van toepassing zijn.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De beslissing werd uitgesproken door voorzieningenrechter Baldinger op 15 december 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.