ECLI:NL:RVS:2021:2743
Raad van State
- Hoger beroep
- J.TH. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek buiten beschouwing laten nabetaling WIA-uitkering bij huurtoeslagberekening
Appellant ontving in 2018 een nabetaling van zijn WIA-uitkering van € 19.082,53, waarvan € 17.633,09 betrekking had op de jaren 2013-2017. Deze nabetaling betrof een verhoging wegens hulpbehoevendheid, zoals bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder e van het Besluit op de huurtoeslag (Bht). Appellant verzocht de Belastingdienst/Toeslagen deze nabetaling buiten beschouwing te laten bij de huurtoeslagberekening over 2018, wat werd afgewezen. De huurtoeslag werd definitief vastgesteld op nihil en appellant moest € 2.520 terugbetalen.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst terecht het wettelijk drempelbedrag toepaste en dat geen sprake was van onbillijkheid van overwegende aard. Appellant stelde in hoger beroep dat het beperken tot het drempelbedrag niet recht doet aan het compenserende doel van de verhoging en dat er geen sprake was van dubbel voordeel, waardoor toepassing van het drempelbedrag onevenredig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De wettelijke regeling is dwingendrechtelijk en het drempelbedrag voorkomt dubbel voordeel. Het feit dat appellant de verhoging niet voor aftrekbare uitgaven gebruikte, is een eigen keuze en leidt niet tot een andere beoordeling. Ook is appellant niet in een nadeliger positie gekomen dan wanneer hij de verhoging vanaf 2013 had ontvangen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om de nabetaling buiten beschouwing te laten bij de huurtoeslagberekening wordt bevestigd.