ECLI:NL:RVS:2021:2666
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gedoogplicht aanleg hoogspanningsverbinding
De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft op verzoek van TenneT TSO B.V. een gedoogplicht opgelegd aan rechthebbenden, waaronder verzoeker, voor de aanleg en instandhouding van de hoogspanningsverbinding Zuid-West 380kV-West-Borssele-Rilland op hun percelen.
Verzoeker, eigenaar van een landgoed met bomen op het betrokken perceel, stelt zich onrechtvaardig behandeld te voelen vanwege onvoldoende informatie en overleg door TenneT. Hij vreest onomkeerbare schade aan zijn landgoed en gezondheidsrisico's voor zijn gezin. Hij heeft beroep ingesteld tegen het besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om de gedoogplicht te schorsen.
De voorzieningenrechter overweegt dat het besluit niet van rechtswege is geschorst en dat de belangen van TenneT en de minister bij voortgang van de aanleg zwaar wegen, onder meer vanwege de leveringszekerheid van elektriciteit in Zeeland en de belangen van andere grondeigenaren. Ook is rekening gehouden met beschermde diersoorten op het perceel en de zorgvuldige uitvoering van de werkzaamheden onder ecologische begeleiding.
Gelet op deze belangenafweging weegt het belang van verzoeker bij schorsing minder zwaar dan het belang bij voortgang van de werkzaamheden. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en benadrukt het belang van zorgvuldigheid in de verdere contacten tussen partijen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de gedoogplicht voor de aanleg van de hoogspanningsverbinding wordt afgewezen.