ECLI:NL:RVS:2021:2661
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De vreemdeling heeft bij besluit van 5 september 2018 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat bij besluit van 24 augustus 2019 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 februari 2021 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Het vonnis is uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 26 november 2021. De procedure betreft een bestuursrechtelijke beoordeling van een vreemdelingenzaak waarin de aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen en deze afwijzing door alle instanties is bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.