ECLI:NL:RBDHA:2021:900
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende duurzame middelen van bestaan
Eiser, een Egyptische langdurig ingezetene in Spanje, vroeg een verblijfsvergunning aan voor arbeid als zelfstandige in Nederland. Hij startte een eenmanszaak en presenteerde zich als zelfstandig kok. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldoende aantoonde dat hij duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan zou beschikken.
Eiser voerde in beroep aan dat hij wel vier opdrachtgevers had en succesvol acquisitie pleegde, en dat hij weinig investeringen nodig had. Daarnaast stelde hij dat verweerder niet tijdig had aangegeven welke stukken ontbraken en verwees hij naar het arrest Chakroun van het Hof van Justitie.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende onderbouwing gaf in zijn ondernemingsplan en overige stukken om aan te tonen dat hij zelfstandig en duurzaam voldoende inkomen zou genereren. De overeenkomsten van opdracht waren eenvoudig opzegbaar en verlopen, en de financiële stukken boden geen inzicht in daadwerkelijke inkomsten. Ook de nieuwe stukken over een andere onderneming waren niet relevant voor de oorspronkelijke aanvraag. Het beroep op het arrest Chakroun faalde wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning als zelfstandige wordt ongegrond verklaard.