ECLI:NL:RVS:2021:2558
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over planschadevergoeding wegens nieuw bestemmingsplan woningbouw
De zaak betreft een hoger beroep van [appellante] tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland over tegemoetkomingen in planschade toegekend door het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze aan eigenaren van percelen nabij een nieuw bestemmingsplan voor woningbouw.
De rechtbank had de eerdere besluiten van het college vernietigd en lagere schadebedragen vastgesteld op basis van deskundigenrapporten van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (STAB). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en de rechtbankuitspraak bevestigd.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht de deskundigenrapporten heeft gevolgd, die onder meer de planologische mogelijkheden van het oude en nieuwe bestemmingsplan hebben vergeleken. Hierbij is rekening gehouden met factoren als uitzicht, privacy, hinder en situeringswaarde. De Afdeling verwierp de stellingen van [appellante] dat de rechtbank onjuiste aannames had gedaan over de opslag van veevoer, de maximale invulling van het oude planologische regime en de waardering van schadefactoren.
De Afdeling concludeerde dat de deskundigen zorgvuldig hebben vastgesteld dat het nieuwe bestemmingsplan een planologisch nadeel oplevert, maar dat de hoogte van de schadevergoeding passend is vastgesteld. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.