ECLI:NL:RVS:2021:2557
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag rijbewijs wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Appellant, met de Turkse nationaliteit, vroeg op 22 juli 2019 een rijbewijs aan bij de burgemeester van Amsterdam, die dit verzoek afwees wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland zoals vereist op grond van artikel 111, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de burgemeester alsnog aan zijn vergewisplicht had voldaan en geen rechtmatig verblijf bleek.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij rechtmatig verblijf ontleent aan het Besluit nr. 1/80, onderbouwd met een sticker in zijn paspoort. De Afdeling oordeelde dat de IND, niet de burgemeester, bevoegd is om dit rechtmatig verblijf vast te stellen en dat de sticker onvoldoende bewijs vormt. Nadere contacten met de IND bevestigden dat appellant geen verblijfsrecht ontleent aan het Besluit nr. 1/80.
Appellant voerde verder aan dat het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel zijn geschonden. De Afdeling verwierp deze bezwaren, stellende dat fouten in vergelijkbare gevallen niet herhaald hoeven te worden, het koppelingsbeginsel het onderscheid rechtvaardigt en appellant geen concrete toezeggingen kon aantonen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag rijbewijs bevestigd wegens ontbreken rechtmatig verblijf.