ECLI:NL:RVS:2021:2544
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten niet-ontvankelijkheid asielaanvragen wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheidsbeoordeling
De vreemdelingen, Iraanse staatsburgers, vorderden een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van hun bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende vrees voor vervolging bij terugkeer naar Iran. De staatssecretaris verklaarde hun aanvragen niet-ontvankelijk, waarna de rechtbank deze beroepen ongegrond verklaarde.
In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vast dat de staatssecretaris zijn standpunt over de ongeloofwaardigheid van de bekering onvoldoende had gemotiveerd. De integrale geloofwaardigheidsbeoordeling ontbrak, met name doordat verklaringen van de vreemdelingen en ondersteunende bewijsstukken zoals een brief van een bijbelstudieleraar niet samen waren betrokken.
De Afdeling oordeelde dat de besluiten daarom niet deugdelijk waren en vernietigde zowel de uitspraak van de rechtbank als de besluiten van de staatssecretaris. De staatssecretaris werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen waarbij alle verklaringen en bewijsstukken in onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld. Tevens werd de proceskostenvergoeding van €2.244,00 aan de vreemdelingen toegekend.
Uitkomst: De besluiten van de staatssecretaris worden vernietigd en nieuwe besluiten worden gelast met een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling.