ECLI:NL:RVS:2021:2537
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en toekenning opvang
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 maart 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Tevens weigerde hij ambtshalve te bepalen dat uitzetting achterwege blijft en weigerde hij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten ongegrond op 15 oktober 2021. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 16 november 2021 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht en sluit aan bij eerdere jurisprudentie. Hiermee wordt de vreemdeling beschermd tegen uitzetting gedurende de procedure en wordt voorzien in noodzakelijke opvang en verstrekkingen.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.