ECLI:NL:RVS:2021:2440
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- N. Verheij
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding wegens onrechtmatige uitzetting naar Rusland en mishandeling
Appellant diende meerdere asielaanvragen in, die werden afgewezen, waarna zij in 2014 naar Rusland werd uitgezet. Direct na aankomst werd zij gearresteerd, mishandeld en verkracht, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro vormt.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onrechtmatig heeft gehandeld door onvoldoende onderzoek te doen naar de authenticiteit van documenten die het risico op vervolging in Rusland onderbouwden, en dat daardoor de uitzetting onrechtmatig was. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat ondanks de formele rechtskracht van het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag, de staatssecretaris aansprakelijk is voor de schade omdat het risico van schending van artikel 3 EVRM Pro zich daadwerkelijk heeft verwezenlijkt. De Raad wijst het hoger beroep van de staatssecretaris af en veroordeelt hem tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd waarbij de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.