ECLI:NL:RVS:2021:2410
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling tijdens hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 september 2021 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 oktober 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden totdat het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen, gegrond is. Daarom werd bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, die verband houden met door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 29 oktober 2021 door voorzieningenrechter B. Meijer in aanwezigheid van griffier J.W. Prins. Hiermee wordt de rechtspositie van de vreemdeling tijdens de procedure gewaarborgd en wordt het recht op een eerlijk proces gerespecteerd.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.