ECLI:NL:RVS:2021:2393
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek en intrekking omgevingsvergunning balkon Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende in december 2016 een onherroepelijke omgevingsvergunning voor de bouw van een balkon aan de achtergevel van een gebouw aan een locatie in Amsterdam. Een bewoonster van de eerste verdieping, appellante, verzocht handhaving omdat het balkon volgens haar in strijd met de vergunning en het Bouwbesluit 2012 zou zijn gebouwd. Het college wees dit verzoek af en verklaarde ook bezwaar en beroep ongegrond.
Appellante stelde dat het balkon in strijd is met het Bouwbesluit en dat de berekening van de equivalente daglichtoppervlakte onjuist was, waardoor de vergunning onterecht was verleend. De rechtbank oordeelde dat het college terecht handhaving weigerde en niet bevoegd was de vergunning in te trekken. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel. De bouwtekeningen maken onderdeel uit van de vergunning en de vermelding van de daglichtberekening is geen voorschrift in de zin van de Wabo.
Verder is niet komen vast te staan dat de vergunning juist vanwege een onjuiste of onvolledige opgave is verleend. Het college was op de hoogte van de positionering en gevolgen van het balkon. De afwijking in daglichttoetreding betekent niet dat sprake is van een onjuiste opgave. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.