ECLI:NL:RVS:2021:2304
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- E.J. Daalder
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning windpark De Pals wegens onvoldoende motivering stikstofdepositie
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 3 december 2019 een vergunning aan Windpark De Pals B.V. voor de bouw en exploitatie van vier windturbines nabij Natura 2000-gebieden in Vlaanderen. Stichting Brabantse Milieufederatie en andere milieuorganisaties stelden beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de milieuorganisaties ontvankelijk zijn in hun beroep, ondanks dat het Natura 2000-gebied in België ligt, omdat zij een zienswijze hadden ingediend en hun statutaire doelstellingen en werkgebied relevant zijn. De bezwaren richtten zich onder meer op de cumulatieve effecten, mogelijke negatieve impact op beschermde vogel- en vleermuissoorten, en de stikstofdepositie.
De Afdeling concludeerde dat het college aannemelijk had gemaakt dat significante negatieve effecten op vogels en vleermuizen zijn uitgesloten op basis van passende beoordeling en monitoring. Echter, de motivering over de stikstofdepositie was onvoldoende omdat het college zich onterecht baseerde op het Vlaamse toetsingskader dat niet in lijn is met de Habitatrichtlijn. Daarom werd het besluit vernietigd en moest het college een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 3 december 2019 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over stikstofdepositie.