ECLI:NL:RVS:2021:2213
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 mei 2020 de aanvragen van de referent om een machtiging tot voorlopig verblijf voor de vreemdelingen af. Hiertegen maakten de vreemdelingen en referent bezwaar, dat op 31 juli 2020 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdelingen en referent op 14 juli 2021 ongegrond.
De vreemdelingen en referent stelden hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De griffier wees hen erop dat het griffierecht uiterlijk op 31 augustus 2021 betaald moest worden. Na het uitblijven van betaling, werd bij aangetekende brief van 1 september 2021 een laatste termijn van twee weken gesteld, met de waarschuwing dat niet-betaling tot niet-ontvankelijkheid zou leiden.
Omdat het griffierecht niet binnen deze termijn werd voldaan en geen redenen werden aangevoerd om het hoger beroep toch in behandeling te nemen, verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.