ECLI:NL:RVS:2021:2147
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van niet-ontvankelijkheidsbesluiten verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 7 september 2020 de aanvragen van de vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde de daarop ingestelde beroepen ongegrond. De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de motivering van de staatssecretaris onvoldoende was met betrekking tot het risico dat statushouders in Griekenland lopen bij terugkeer, in het licht van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest. Dit volgt uit eerdere uitspraken van 28 juli 2021. De grieven van de vreemdelingen slaagden dan ook.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van 7 september 2020, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 2.244,00. Daarmee werd het besluit van de staatssecretaris teruggewezen vanwege onvoldoende motivering over het reële risico bij terugkeer naar Griekenland.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkheidsbesluiten en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd wegens onvoldoende motivering over het risico bij terugkeer.