ECLI:NL:RVS:2021:2133
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit verklaring omtrent gedrag
Appellant was gedetacheerd bij de Dienst Justitiële Inrichtingen en diende een aanvraag in voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG). De minister wees deze aanvraag op 23 februari 2018 af vanwege een onjuiste functievermelding 'medewerker inrichting inclusief contact'. Na bezwaar werd deze afwijzing als onrechtmatig erkend, maar het verzoek om schadevergoeding werd door de rechtbank afgewezen omdat de dienstbetrekking al was beëindigd vóór het besluit.
In hoger beroep betoogde appellant dat ook het voornemen tot afwijzing van 18 januari 2018 een onrechtmatige voorbereidingshandeling was, omdat de minister al bekend was dat appellant geen contact met gedetineerden zou hebben. De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat de minister op dat moment op de hoogte was van de onjuiste functievermelding en dat de minister de vereiste zorgvuldigheid in acht had genomen.
De Raad van State bevestigde dat de schade niet rechtstreeks voortvloeit uit het onrechtmatige besluit en dat het verzoek om schadevergoeding daarom terecht is afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de schade niet het directe gevolg is van het onrechtmatige besluit.