ECLI:NL:RVS:2021:2071
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van ongegrond beroep tegen niet tijdig bekendgemaakte omgevingsvergunning
Appellant diende op 4 september 2018 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning bij het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee. Het college wees deze aanvraag op 2 januari 2019 af. Appellant stelde dat het college niet tijdig had beslist, waardoor de vergunning van rechtswege was verleend. Hij startte op 7 maart 2019 beroep tegen het niet tijdig bekendmaken van deze vergunning en verzocht om vaststelling van een dwangsom en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen het reële besluit van 2 januari 2019, waardoor dit besluit onherroepelijk was en het beroep ongegrond verklaard moest worden. In hoger beroep betoogde appellant dat het besluit nietig was omdat het college niet bevoegd was om te besluiten na het verlenen van de vergunning van rechtswege en dat de rechtbank ten onrechte jurisprudentie had toegepast die volgens hem niet van toepassing was.
De Raad van State overwoog dat het alsnog genomen reële besluit niet nietig is en dat, indien dit besluit niet tijdig wordt bestreden, het formele rechtskracht verkrijgt en de vergunning van rechtswege verdringt. De brieven van appellant waarin hij het college in gebreke stelde, konden niet worden aangemerkt als bezwaarschriften tegen het reële besluit. Ook was artikel 6:20, derde lid, van de Awb niet van toepassing op zijn beroep tegen het niet tijdig bekendmaken van de beschikking van rechtswege.
De Afdeling concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.