ECLI:NL:RVS:2021:2044
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vestigingsalternatief in asielzaak uit Iran
De vreemdeling, een alleenstaande gescheiden vrouw uit Iran met medische klachten, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen zien worden door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank vernietigde dit besluit maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand, stellende dat de vreemdeling zich elders in Iran kan vestigen.
In hoger beroep klaagde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat zij zich elders in Iran redelijkerwijs kan vestigen, mede vanwege haar medische aandoeningen zoals PTSS, depressie en paniekstoornis, en de maatschappelijke positie van gescheiden vrouwen in Iran. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat het vestigingsalternatief aanwezig was, vooral omdat hij niet had onderzocht of de medische klachten een belemmering vormden.
De Raad vernietigde daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze overwegingen. De proceskosten van het hoger beroep worden aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand werden gelaten.