ECLI:NL:RVS:2021:2008
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunningexploitatie kleinschalig hotel ondanks bezwaar woon- en leefklimaat
De burgemeester van Utrecht verleende een exploitatievergunning voor een kleinschalig hotel met zes kamers aan een pand met twee huisnummers. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de exploitatie het woon- en leefklimaat negatief zou beïnvloeden, onder meer door overlast van hotelgasten die onrechtmatig gebruik maken van een poort en fietsen stallen nabij zijn tuin.
De burgemeester handhaafde de vergunning, en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij onvoldoende inzage had gehad in de processtukken en dat de procedure aangehouden had moeten worden vanwege een lopende klacht bij de Nationale Ombudsman. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid had gekregen tot inzage en dat de uitkomst van de Ombudsman niet relevant was voor de vergunningverlening.
De Afdeling stelde vast dat het hotel kleinschalig is en gelegen in een centrum-stedelijke omgeving, waarbij het aantal kamers slechts beperkt toeneemt ten opzichte van een reeds toegestane Bed & Breakfast. Overlast door fout geparkeerde fietsen en vermeende schending van een recht van overpad zijn geen gronden om de vergunning te weigeren. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.