ECLI:NL:RVS:2021:2004
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening toeslagen wegens toeslagpartnerschap en gezamenlijke inkomensberekening
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de aan appellante toegekende voorschotten zorgtoeslag en huurtoeslag over 2018 herzien en vastgesteld op nihil, omdat persoon als toeslagpartner werd aangemerkt en diens inkomen bij de berekening werd betrokken. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde vast dat persoon terecht als toeslagpartner werd aangemerkt op grond van inschrijving op hetzelfde woonadres en het gezamenlijk hebben van een kind.
Appellante stelde in hoger beroep dat persoon niet als toeslagpartner kon worden aangemerkt, mede omdat zij een zelfstandig gedeelte van het adres bewoonde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het partnerschap op grond van artikel 3, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awir correct was vastgesteld, ongeacht de eigen huurovereenkomst van appellante.
De Afdeling bevestigde dat het inkomen van persoon bij de berekening van de toeslagen betrokken moest worden en verwierp het beroep van appellante. De motivering van de Belastingdienst was voldoende en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de herziening van de toeslagen blijft gehandhaafd.